Spoetnik : alle 13 goed.

23 05 2008

Het is voorbij. Vandaag is het de laatste dag van de Spoetnik. 13 weken lang – of moet ik zeggen kort-.

Ik vond het best een heel intensieve cursus: om èn de opdrachten goed uit te voeren èn je blog een beetje op te leuken èn om nieuwe dingen te lezen èn allerlei zaken uit te proberen (meestal buiten werktijd), daarvoor zijn 13 weken gewoon te kort.

Maar ik vond het allemaal zo leuk dat ik het laatste stukje niet meer in tempo meeliep -net als een klein kind dat verrukt is over wat het allemaal niet om zich heen ziet en halverwege maar loopt te dollen en spelen- en dan het laatste stukje loopt te drentelen ook al wordt er een ijsje (lees i-pod) in het vooruitzicht gesteld.

Ik heb bedacht dat ik hier maar heel snel mijn ervaringen tot nu toe neerpen, wie weet mag ik nog meeloten. Maar het geeft niet hoor, zoals Bidocblog-Marjan al zei: altijd prijs met SPOETNIK. Ik vind het sowieso handig om een overzichtje te hebben. Weet ik ook wat ik nog een keer extra aandacht moet geven. Vooral de extraatjes heb ik af en toe laten zitten, en soms maken deze het extra leuk.

Hieronder het volledige programma + mijn ervaringen:

COMMUNICEREN

Week #1 (28 januari)- Gmail: een nieuw mailadres

Een makkie. Wel een nuttig begin. Gmail gebruik ik nu voor al mijn blog-gerelateerd werk, en diverse maillijsten. Ook handig in combinatie met chatten, prettig om te zien wie online zijn. Daar ik ook de UBA toolbar heb geinstalleerd wordt ik met toeters en bellen gewaarschuwd bij een nieuw bericht. Dat stoort niet, want zoveel berichten krijg ik niet.
In een mailsessie met woutv kwam ik erachter dat de ADs van Google zich aan de inhoud van de mails aanpasten. Ik zei “ik neem nog een slok en ga slapen, welterusten” en toen verschenen er allerlei reclame over slaapmiddelen. Via bankzaken en kunst eindigden we met verre reizen en de ads pasten zich aan. Drukt je wel met de neus op het feit dat Google je volgt. Sommige cursisten vonden dat dit hun privacy wel erg schond.

Week #2 (4 februari)- Blog: word auteur en publiceer online

Ja bloggen, voor mij toch wel het hoogtepunt van de cursus, in ieder geval iets waar ik zelf direct mee aan de slag kon. Bloggen was natuurlijk vooral ook bedoeld als middel om gewag te doen van je ervaringen en voor Spoetnik om te “controleren” of je wel iets aan de opdracht van de week had gedaan. Via de blogs zou je ook contact kunnen houden met alle andere Spoetnikers, maar dat liep een beetje mank omdat niet iedereen even actief was en er teveel blogs waren om te bekijken. Eigenlijk kwam de interactie met medecursisten pas veel later van de grond, toen er na gezamenlijke inspanning van woutv (idee), Krijn en Brughagedis een RSS-feed gemaakt werd voor alle blogs. Ondertussen werd er ook een discussieforum gecreeerd, om op die wijze elkaar te helpen, maar dat is nooit echt goed van de grond gekomen.
Het bloggen zelf is natuurlijk (vind ik) fantastisch. Het duurde wel even voordat je alle trucs doorhad, optimaal je blog inrichtte, van alle widgets gebruik maakte. Als ik alles geweten had had ik misschien wel andere keuzes gemaakt.
Daarbij heb ik wel veel gehad aan het afkijken bij andere sites en de tips van o.a. Wowter. Ik denk dat sommige van deze tips (gerelateerd aan hoe zorg ik nou dat men mij leest) best onderwerp hadden kunnen zijn van een 14e week. Technorati, trackbacks en pings, cocomment, je (laten) plaatsen op blogs en wiki’s, analyseren waar je bezoekers vandaan komen is toch een belangrijk onderdeel van web 2.0. Ook voor blogs die niet op persoonlijke titel geschreven worden.
Maar van het zelf bloggen en het lezen van andere blogs heb ik wel ontzettend veel geleerd, zowel op web 2.0 gebied als vakinhoudelijk. Erg leuk!

Week #3 (11 februari)- RSS feeds: haal het nieuws naar je toe

Ja ook hier ben ik verslaafd aan: RSS. Onontbeerlijk om zelf op de hoogte te blijven van allerlei nieuwtjes. Ik laat mij er hevig door inspireren. Wel vond ik het nou niet direct duidelijk welke reader het beste was, maar ik ben niet ontevreden met mijn Google-reader. Fijn dat je in de webbrowser van firefox zo’n RSS-tekentje krijgt, zodat je je direct op een site kunt abonneren. Ja Firefox is ook iets indirects wat ik aan deze cursus overgehouden heb.
Het fijne
van week #3 RSS is ook dat ik nu gebruikers kan uitleggen hoe het werkt.
Zoals gezegd, RSS heeft ervoor gezorgd dat de blogs van andere Spoetnikers gevolgd kunnen worden (al gebeurde dit later dan week #3), hoewel sommigen er toch de voorkeur aan gaven om op het Spoetnik-blog (of het blog van Brughagedis) alles te volgen. Ik vind het toch wel prettig om zelf het (Krijn)trucje te beheersen

Week #4 (18 februari)- Google Talk : chat met anderen

Was ook leuk, en bij tijd en wijl nuttig om te doen. Vooral was het handig dat de persoonlijke hulp van met name Pascal zo direct ingeroepen kon worden. (kunnen we dat zo houden, Pascal?). Ik heb op deze wijze ook nader kennis gemaakt gemaakt met Anna en no. 33, maar vooral bleek het handig om tijdens een gezamenlijke google-doc sessie te overleggen. Anders ging de regie geheel verloren. Meebo installeren op je blog lukte wel, maar het is een beetje een onding en ik moet zeggen dat ik er heel weinig gebruik van maak.
Chatten is ook niet echt iets voor de 50+ generatie. Daar blijf ik bij (en mijn dochter ook).

DELEN

Week #5 (25 februari)- LibraryThing: catalogiseer en deel je boekenverzameling

Voor het werk (medische bieb: weinig boeken) zie ik niet directe toepassingen, maar ik heb wel veel geleerd van het taggen. Taggen is toch wel een heel belangrijk web 2.0 onderdeel.
Prive’ ben ik wel een heel enthousiaste librarything gebruiker geworden. Heel veel boeken ingevoerd, vooral ook gerelateerd aan het werk, die ik gelezen heb of nog wil lezen. Ik heb ook volop gebruik gemaakt van de web 2.0 mogelijkheden hier om op nieuwe ideen te komen (vrienden, gedeelde boeken, suggesties welke boeken wel of niet te lezen).
Leuk.

Week #6 (3 maart)- Flickr: laat je foto’s zien

Zolang ik zelf geen digitale camera heb, doe ik er niet zoveel mee. Het direct posten van een bericht met foto is me niet gelukt en dat vond ik na alle moeite wel een domper. Ik kan me wel voorstellen dat het voor de enthousiaste digitale fotograaf en voor bibliotheken een heel handig en leuk hulpmiddel is. Vooralsnog niet voor mij, hoewel de foto’s van onze bieb mijn blog wel opvrolijken en een beeld geven van de bieb als studielandschap, zoals dat zo mooi heet. Ook voor de verslaglegging van een congres (MLA bijv.) erg handig.

SAMENWERKEN

Week #7 (10 maart)- Del.ici.ous: beheer en deel je favoriete websites

Ook zo’n web-2.0 tool dat van taggen aan elkaar hangt. Ik heb het gedaan en zo’n mooie button in mijn browser geplaatst + een RSS feed op mijn blog geplaatst, maar ik heb het gevoel dat ik er nog niet optimaal gebruik van maak. Er moet toch iets meer ordening in komen wil ik er wat aan (blijven) hebben. Wel is het zo handig om met anderen (via je RSS-feed) te delen wat je aan interessants bent tegengekomen. Dat kan ook via Google Reader (shared items), digg-it, stumble upon. Op een gegeven moment wordt ik echt tureluurs van alle mogelijkheden.
Voor het overal kunnen bereiken van je favorieten blijf ik Google bladwijzers gebruiken. Veel overzichtelijker wat dat betreft, maar niet deelbaar.

Week #8 (17 maart)- Google Docs: werk samen online aan documenten

Een hoogtepunt in de cursus, vooral door de creatieve en interactieve samenwerking met Brughagedis George tijdens onze verbanning. Het werken in Google Docs vond ik niet altijd even handig, hoewel tegelijk chatten uitkomst bood. Soms waren George en ik tegelijk bezig met editen zonder dat we het van elkaar wisten of wilden we achteraf iets weer gebruiken, maar in welke versie stond dat nu ook al weer? Tot slot ging het plaatsen van het doc in je blog ook niet helemaal soepel. Achteraf moesten nog allerlei aanpassingen (figuren enzo) gemaakt worden. Maar toch leuk om te doen en soms een handig middel om samen te werken. Vraag me af of een wiki ook niet geschikt is voor dit doel.

Week #9 (7 april)-Wiki’s: beheer samen een ‘website’

Hier had ik veel meer van verwacht. Wiki’s maken leek mijn zo’n goed middel om samen met collega’s maar ook met cursisten aan iets te werken, en dat is het ook, maar de spoetnik-opdracht vond ik niet uitdagend genoeg om mijn tanden in te zetten. Ik ben wezen kijken in het smoelenboek, maar ik kon mijn weg niet vinden.
Wel heb ik ondertussen mijn blogs op diverse wiki’s laten plaatsen en heb ik dat gisterenavond met succes zelf gedaan op de LISWIKI van de MEDLIBLOGS .
Daarnaast heb ik diverse wiki-video’s, pods en presentaties gezien, de laatste nog op een update van de MLA-bijeenkost in Chigaco, zodat ik hier wel later mee uit de voeten kan.

DIVERSEN

Week #10 (14 april) – Hyves: profileer jezelf en creëer een netwerk

Nou ik heb het gedaan hoor. Ben lid van Hyves, nadat ik eindelijk op de uitnodiging van George ben ingegaan. Gelijk ook vriend geworden met WoutV. Als resultaat meteen een mail gekregen die me erop attendeert dat een van de twee binnen afzienbare tijd ….. jaar wordt. Bij deze gefeliciteerd, he. Mijn dochter vind het maar niets. “Wat jij ook op Hyves?” Die dacht haar eigen wereldje gecreerd te hebben. Mooi niet! Maar het is niet echt wat voor mij, hoewel ik even afwacht of ik niet in d epersoonlijke sfeer tegen mensen oploop (ik heb mijn eigen naam aangehouden) Binnenkort ga ik me wel opgeven voor linkedn en facebook bekijken. Qua werk lijkt me dat relevanter.

Week #11 (21 april) – Podcast: laat wat van je horen

Als je maar niet denkt dat ik er een ga maken. Vind het al erg om mijn eigen stem op de voicemail te horen. Maar ik vind het wel euk om er gebruik van te maken. Meer eigenlijk de videoposts, die laten gelijk wat zien. Je moet wel iets heel belangrijks mee te delen hebben wil je dat zelf via een podcast doen. Voor mensen die niet of slecht kunnen lezen of die tegelijk iets anders willen doen wel mogelijk een uitkomst om informatie tot zich te nemen.

Week #12 (28 april) – Rollyo: maak je eigen zoekmachine

Ai, niet gelukt. Gisteren geprobeerd een bestaande “Google aangepaste zoekmachine” op mijn blog te integreren, maar dat is niet gelukt, omdat die codes, niet geaccepteerd worden in een WordPress blog. Jammer want met deze zoekmachine kon je alle medblogs doorzoeken en dat leek me best handig. Nu moet ik dat op de MEDLIBLOGS-LISWIKI zelf doen.

Week #13 (5 mei) – Afsluiting: er is nog veel meer…

Ja, ik weet het veel en veel meer.
Enkele zaken van deze week heb ik al geprobeerd, zoals slideshare en youtube. last-fm heb ik van diverse bloggers begrepen is wel leuk om te doen. Ik wil zeker gaan twitteren, alleen om er kennis mee te maken. Stumble upon ga ik ook proberen. Even niet meer bling bling met de widgetbox. En second life. Van een verslag van de MLA-meeting heb ik begrepen dat er iets beters is. Jullie houden dit tegoed, want ik moet er voorlopig echt mee stoppen. Heb deze gehele dag een meeting en moet niet te laat komen, zeker omdat men pas aan de gang kan nadat ik ingelogd heb. Links etc. het moet even wachten.

Veel succes allemaal en hopelijk tot spoedig ziens -op dit blog, via de RSS, Hyves, second life of misschien wel in het eggie!

Bedankt, Spoetnik-team, bedankt!

Laika, alias Jacqueline

Advertisements




MLA 2008: connections (and Spoetnik)

22 05 2008

The annual meeting of the Medical Library Association (MLA) that took place this week in Chicago focused on the future of librarianship and (thus) on connections:

Only connect!…Only connect the prose and the passion… Live in fragments no longer…Only connect.”

—E. M. Forster, Howards End (1910)

Well connecting that’s what they do, the US-librarians. No off-season. In line with the theme of MLA’08 they keep on blogging and connecting even when at a meeting.

It seems like most tools we learned during the Spoetnik-course (weeks #1-#13) (see about and the Dutch Spoetnik-program ) were applied by the advanced medical-library-bloggers.

15 Bloggers were invited by mail (#1) to become “official conference bloggers” (#2) for MLA 2008, including Michelle Kraft, David Rothman and Eric Schnell. In addition there was at least one unofficial MLA-blogger.

Their posts were displayed on an official Wetpaint-Wiki (#9), whereas David Rothman pulled together an aggregated Yahoo Pipes feed (#3) of all the MLA postings using Feedburner. I took a subscription, but still have to screen it (way behind again).

Of course all bloggers already are del.ici.ous (#7), do their librarything (#5), stumble upon, digg it (#13) and LinkedIn (#10).

Some bloggers shared their agenda using google calendar (#8), or made some appointments by mail (#1) or chatting(#4) and there was also a MLA twitter + feed (#13, #3). Unfortunately there was far less twittering, tweetering and blogging (#13) and thus far less connections than planned, because according to the kraftylibrarian “there was no freaking network on which to be social..” (No wireless access). Bit stupid for a meeting on networks…… 😦

In addition there was a MLA-flickr-group (#6) , and some bloggers placed a you tube-(#13) or other video- or podcast (#11) on their blog. I will copy (share) one in the next post.

Interested in more: well (if you are a MLA-member?!) you can watch a live Video Webcast on the first plenary session on “Web 2.0 Tools for Librarians: Description, Demonstration, Discussion, and Debate”.

Alas I’m not, but several video’s, links and posts on the blogs mentioned above are informative as well -and freely available-. See for instance the blogs that I read (and consulted for this post):

Michelle Kraft – The Krafty Librarian

David Rothman – davidrothman.net

Eric Schnell – The Medium is the Message

tunaiskewl? ratcatcher? – omg tuna is kewl






Week #11: Podcast

21 05 2008

Everything You Always Wanted to Know About the Platypus (duck bill) Genome, But Were Afraid to Ask?

Or just want to hear Robin (not Robbie) Williams??

Then listen to the following 60-Second Science daily podcast show!

The full transcript, other podcasts, and the possibility to subscribe (RSS, iTunes) can be found here .

Original idea of Scientific American to bring some daily science to the public. But in my view it remains very superficial. I rather read the whole story in a scientific journal or this piece in Scientific American itself.

(podcast seen at: http://brown.edu/ the link is shown under: research at their homepage)

***************

Altijd al willen weten hoe het nou zat met dat vogelbekdier? Het lijkt op een bever met poten en een bek van een eend. Maar hoe zit het nu genetisch?

Beluister dan even deze swingende 60 seconden science podcast show van Scientific American.

Het volledige transcript en links naar andere 60sec. podcasts zijn hier te vinden, alsmede de mogelijkheid om je via RSS of iTunes op deze dagelijkse podcast te abonneren.

Wel origineel van Scientific American om zo het dagelijks nieuws naar het volk te brengen, maar het blijft wel wat oppervlakkig en populair. Ik lees zelf toch lever gewoon de feitjes in het oorspronkelijke tijdschrift, de wetenschapsbijlage (NRC, Volkskrant) of in dit geval op de site van Scientific American zelf.

(podcast gezien op http://brown.edu/, de link bevindt zich onder het kopje research op hun homepage.)

p.s. En brughagedis, alweer een biologie-tip voor jou, maar ik zag dat jij op jouw beurt op iets medisch in PubMed gezocht had.





Opening UBA?

14 05 2008

Wie van de Spoetnikers gaat er vanmiddag naar de feestelijke opening van de UB?

Ik twijfel nog, omdat ik achter loop met mijn werk. Maar misschien als ik veel Spoetnikers kan ontmoeten?

Of moeten we eens iets anders afspreken met diegenen die willen?

Een borrel op een A’dams terras bijvoorbeeld?

Zeg het maar. Kan ook per mail.





Poll 2. Are you a follower?

6 05 2008

There is a new poll on this blog: “are you a follower of this blog?”, that is do you (or do you plan to) read this blog regularly /frequently or did you just dropped by and found what you were looking for (or not).

This poll will stay for one or two weeks at the side bar, will stay open for another week in this post. After closure the results will be shown on a separate page (Polls)

Below you may leave a comment if you like.

*******************

Hieronder en in de sidebar vind je een nieuwe poll: A follower of this blog? Volg je dit blog regelmatig of ben je een echte fan? Misschien zit dit blog in je RSS-feeder, kom je via de ubaspoetnik site of kom je gewoon regelmatig langs. Als dat zo is stop je dan als de Spoetnikcursus voorbij is of blijf je gewoon gezellig langskomen?

Of is dit de eerste keer dat je dit blog bezoekt en wil je wel vaker langskomen of heb je het hier wel gezien?

Misschien hebben oplettende lezertjes gezien dat er net een soortgelijke poll stond, met zelfs al 2 stemmen. Sniff, sniff van 2 spoetnikkers die er straks mee ophouden!! Ik heb de poll daarom niet vervangen (néé echt niet), maar wilde de tekst aanpassen. Helaas lukte mij dat niet vanuit de gfxpoll-site. Heb toen vanuit mijn mail een link gevolgd, maar daarmee bracht ik ongewild een stem uit, nl dat ik het hier wel gezien had (optie 1). Dom, dom, dom. Jullie begrijpen, dat ik dat niet zo kan laten staan. Dus hier de nieuwe versie.

Ik hoop dat de 2 spoetnikers opnieuw hun stem willen uitbrengen (het mag ook een andere stem zijn, hoor :). Excuus voor het ongemak!

De poll zal 1-2 weken op de sidebar blijven staan, misschien zijn er dan al wel 5 stemmen…. :). Verder blijft de poll in deze post staan en zullen de resultaten na het sluiten van de poll op de “Poll”-pagina komen te staan

Poll: A follower of this blog?

Tussenstand:

Ook een poll maken? klik dan hier





Uitslag Poll 1: Uren/week besteed aan SPOETNIK

6 05 2008

Eindstand poll 1:

Alweer een tijdje geleden plaatste ik mijn eerste poll op deze site: Uren per week besteed aan Spoetnik.

21 stemmers. Dat is geen grote opkomst. Ook niet als je bedenkt dat deze poll enkel is gericht op ca. 150 spoetnikers.

Belangrijk voor een peiling is dat de steekproef a-selectief is. In dit geval voel je al aan je water dat dit niet zo zal zijn. De mensen die dit blog bezichtigen zullen –zo voorspelde ik reeds– vooral de meest actieven zijn: de spoetnikers die tijd besteden aan hun eigen èn vooral ook aan andermans blogs.

Ik heb de resultaten ook nog in een excel-plaatje uitgezet.

Uit dit plaatje blijkt inderdaad dat de meeste stemmers (n=9) meer dan 2 uur per week bezig zijn (of waren?) met hun blog en dat sommigen waaronder ik “vrijwel geen privéleven meer hebben”.

3 mensen (14%) zeggen inderdaad (conform de UBAspoetnik-aanbevelingen) op ca. 2 uur per week uit te komen.

Opvallend is dat dit meestal de stemmers van het eerste uur waren. Dus waarschijnlijk diegenen die iets meer deden dan sec de opdrachten vervullen.

Daarna stemden de mensen die zeiden dat het een appeltje eitje was (n=4), die met een inhaalslag bezig waren (n=2) of die het volgden vanuit hun luie stoel (n=3). Die laatsten zijn vast niet de spoetnikers zelf?

Veelzeggender dan de grafieken zijn eigenlijk de reacties. Leuk dat de volgende mensen een reactie gaven:

Patricia (no 33) ; Zygomorf (Dyoke) ; woutv (Wout Visser) ; Inca Athahualpa ; De bibliotheker ; Gitele (Caroline).

Deze personen behoorden naast Brughagedis, Ubabert (verbouwblog) en Bidocblog in mijn ogen inderdaad tot de meest actieven.
Oefening 40 liet nog apart weten dat zij aan een inhaalslag bezig was.

De 1e respondenten deden er echt veel langer over dan 2 uur. De opdrachten zelf kunnen wel in 2 uur uitgevoerd worden, maar men wil er toch iets moois van maken, zich erin verdiepen, achtergrondinformatie lezen en/of andere blogs van spoetnik of op het eigen vakgebied bijhouden.

Overigens ziet men die extra urenlast niet als iets negatiefs. Men heeft er zelf voor gekozen. Het is eerder zo dat dit de cursus extra leuk en leerzaam maakt. Sommigen (ik !) vinden het bloggen zelfs een verslavend karakter krijgen.

Overigens vraag ik me wel af of dit zo blijft. woutv (Wout Visser) die slechts een tussenstop zou maken lijkt geheel met bloggen gestopt. Ik mis zijn inbreng wel. Het verbouwblog is gestopt, omdat er niets meer te verbouwen viel, maar het lijkt er op dat ubabert als Zeeman verder gaat. Hoe zal het iedereen vergaan? Dat is de volgende vraag die mij en anderen bezighoudt. Ik zal hier nog op terugkomen.

Uitslagen van de polls zijn voortaan op een aparte pagina (Polls) te zien.





BMI bijeenkomst april 2008

21 04 2008

Afgelopen vrijdag 18 April was de Landelijke Dag BMI, CCZ, PBZ en WEB&Z. De BMI is afdeling Biomedische Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Beroepsbeoefenaren (NVB). De andere afkortingen staan voor werkgroepen/commissies binnen de NVB: CCZ = Centrale Catalogus Ziekenhuisbibliotheken, BPZ = Bibliothecarissen van Psychiatrische Zorginstellingenen en WEB&Z = voorheen Biomedische werkgroep VOGIN.

Het programma bestond uit 3 ALV’s, van de CCZ, de BPZ en de BMI, afgewisseld met 3 lezingen. Een beetje lastig 3 ALV’s en 1 zaal. Dat betekende in mijn geval dat ik wel de BMI-ALV heb bijgewoond, maar tijdens de andere ALV’s (langdurig) in de koffieruimte annex gang moest wachten. Weliswaar heb ik die nuttig en plezierig doorgebracht, maar het zou wat gestroomlijnder kunnen. Ook vond ik het bijzonder jammer dat er nauwelijks een plenaire discussie was na de lezingen en dat men geacht werd de discussie letterlijk in de wandelgang voort te zetten. En stof tot discussie was er…..

Met name de eerste lezing deed de nodige stof opwaaien. Helaas heb ik deze voor de helft gemist, omdat ik in het station Hilversum dat van Amersfoort meende te herkennen 😉 . Gelukkig heeft Ronald van Dieën op zijn blog ook de BMI-dag opgetekend, zodat ik de eerste punten van hem kan overnemen.

De eerste spreker was Geert van der Heijden, Universitair hoofddocent Klinische Epidemiologie bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen van het UMC Utrecht. Geert is coördinator van het START-blok voor zesdejaars (Supervised Training in professional Attitude, Research and Teaching) en van de Academische Vaardigheden voor het GNK Masteronderwijs. Ik kende Geert oppervlakkig, omdat wij (afzonderlijk) geinterviewd waren voor het co-assistenten blad “Arts in Spe” over de integratie van het EBM-zoekonderwijs in het curriculum. Nu ik hem hier in levende lijve heb gehoord, lees ik zijn interview met heel andere ogen. Ik zag toen meer de overeenkomsten, nu de verschillen.

Zijn presentatie had als titel: “hoe zoekt de clinicus?”. Wie verwachtte dat Geert zou vertellen hoe de gemiddelde clinicus daadwerkelijk zoekt komt komt bedrogen uit. Geert vertelde vooral de methode van zoeken die hij artsen aanleert/voorhoudt. Deze methode is bepaald niet ingeburgerd en lijkt diametraal te staan tegenover de werkwijze van medisch informatiespecialisten, per slot zijn gehoor van dat moment. Alleen al het feit dat hij beweert dat je VOORAL GEEN MeSH moet gebruiken druist in tegen wat wij medisch informatiespecialisten leren en uitdragen. Het is de vraag of de zaal zo stil was, omdat zij overvallen werd door al het schokkends wat er gezegd werd of omdat men niet wist waar te beginnen met een weerwoord. Ik zag letterlijk een aantal monden openhangen van verbazing.

Zoals Ronald al stelde was dit een forse knuppel in het hoenderhok van de ‘medisch informatiespecialisten’. Ik deel echter niet zijn mening dat Geert het prima kon onderbouwen met argumenten. Hij is weliswaar een begenadigd spreker en bracht het allemaal met verve, maar ik had toch sterk de indruk dat zijn aanpak vooral practice- of eminence- en niet evidence-based was.

Hieronder enkele van zijn stellingen, 1ste 5 overgenomen van Ronald:

  1. “Een onderzoeker probeert publicatie air miles te verdienen met impact factors”
  2. “in Utrecht krijgen de studenten zo’n 500 uur Clinical Epidemiology en Evidence Based Practice, daar waar ze in Oxford (roots van EBM) slechts 10 uur krijgen”
  3. “contemporary EBM tactics (Sicily statement). (zie bijvoorbeeld hier:….)
  4. “fill knowledge gaps met problem solving skills”
  5. EBM = eminence biased medicine. Er zit veel goeds tussen, maar pas op….
  6. Belangrijkste doelstelling van literatuuronderzoek: reduceer Numbers Needed to Read.
  7. Vertrouw nooit 2e hands informatie (dit noemen wij voorgefilterde of geaggregeerde evidence) zoals TRIP, UpToDate, Cochrane Systematic Reviews, BMJ Clinical Evidence. Men zegt dat de Cochrane Systematic Reviews zo goed zijn, maar éen verschuiving van een komma heeft duizenden levens gekost. Lees en beoordeel dus de primaire bronnen!
  8. De Cochrane Collaboration houdt zich alleen maar bezig met systematische reviews van interventies, het doet niets aan de veel belangrijker domeinen “diagnose” en “prognose”.
  9. PICO (patient, intervention, comparison, outcome) werkt alleen voor therapie, niet voor andere vraagstukken.
  10. In plaats daarvan de vraag in 3 componenten splitsen: het domein (de categorie patiënten), de determinant (de diagnostische test, prognostische variabele of behandeling) en de uitkomst (ziekte, mortaliteit en …..)
  11. Zoeken doe je als volgt: bedenk voor elk van de 3 componenten zoveel mogelijk synoniemen op papier, verbind deze met “OR”, verbind de componenten met “AND”.
  12. De synoniemen alleen in titel en abstract zoeken (code [tiab]) EN NOOIT met MeSH (MEDLINE Subject Headings). MeSH zijn NOOIT bruikbaar volgens Geert. Ze zijn vaak te breed, ze zijn soms verouderd en je vindt er geen recente artikelen mee, omdat de indexering soms 3-12 maanden zou kosten.
  13. NOOIT Clinical Queries gebruiken. De methodologische filters die in PubMed zijn opgenomen, de zogenaamde Clinical Queries zijn enkel gebaseerd op MeSH en daarom niet bruikbaar. Verder zijn ze ontwikkeld voor heel specifieke onderwerpsgebieden, zoals cardiologie, en daarom niet algemeen toepasbaar.
  14. Volgens de Cochrane zou je als je een studie ‘mist’ de auteurs moeten aanschrijven. Dat lukt van geen kant. Beter is het te sneeuwballen via Web of Science en related articles en op basis daarvan JE ZOEKACTIE AAN TE PASSEN.

Wanneer men volgens de methode van der Heijden werkt zou men in een half uur klaar zijn met zoeken en in 2 uur de artikelen geselecteerd en beoordeeld hebben. Nou dat doe ik hem niet na.

De hierboven in rood weergegeven uitspraken zijn niet (geheel) juist. 8. Therapie is naar mijn bescheiden mening nog steeds een belangrijk domein; daarnaast is gaat de Cochrane Collaboration ook SR’s over diagnostische accuratesse studies schrijven. 13. in clinical queries worden (juist) niet alleen MeSH gebruikt.

In de groen weergegeven uitspraken kan ik me wel (ten dele) vinden, maar ze zijn niet essentieel verschillend van wat ik (men?) zelf nastreef(t)/doe(t), en dat wordt wel impliciet gesuggereerd.
Vele informatiespecialisten zullen ook:

  • 6 nastreven (door 7 te doen weliswaar),
  • 9 benadrukken (de PICO is inderdaad voor interventies ontwikkeld en minder geschikt voor andere domeinen)
  • en deze analoog aan 10 opschrijven (zij het dat we de componenten anders betitelen).
  • Het aanschrijven van auteurs (14) gebeurt als uiterste mogelijkheid. Eerst doen we de opties die door Geert als alternatief aangedragen worden: het sneeuwballen met als doel de zoekstrategie aan te passen. (dit weet ik omdat ik zelf de cursus “zoeken voor Cochrane Systematic Reviews” geef).

Als grote verschillen blijven dan over: (7) ons motto: geaggregeerde evidence eerst en (12) zoeken met MeSH versus zoeken in titel en abstract en het feit dat alle componenten met AND verbonden worden, wat ik maar mondjesmaat doe. Want: hoe meer termen/componenten je met “AND” combineert hoe groter de kans dat je iets mist. Soms moet het, maar je gaat niet a priori zo te werk.

Ik vond het een beetje flauw dat Geert aanhaalde dat er door één Cochrane reviewer een fout is gemaakt, waardoor er duizenden doden zouden zijn gevallen. Laat hij dan ook zeggen dat door het initiatief van de Cochrane er levens van honderd duizenden zijn gered, omdat eindelijk goed in kaart is gebracht welke therapieën nu wel en welke nu niet effectief zijn. Bij alle studies geldt dat je afhankelijk bent van hoe goed te studie is gedaan, van een juiste statistiek etcetera. Voordeel van geaggregeerde evidence is nu net dat een arts niet alle oorspronkelijke studies hoeft door te lezen om erachter te komen wat werkt (NNR!!!). Stel dat elke arts voor elke vraag ALLE individuele studies moet zoeken, beoordelen en moet samenvatten….. Dat zou, zoals de Cochrane het vaak noemt ‘duplication of effort’ zijn. Maar wil je precies weten hoe het zit, of wil je heel volledig zijn dan zul je inderdaad zelf de oorspronkelijke studies moeten zoeken en beoordelen.
Wel grappig trouwens dat 22 van de 70 artikelen waarvan Geert medeauteur is tot de geaggregeerde evidence (inclusief Cochrane Reviews) gerekend kunnen worden….. Zou hij de lezers ook afraden deze artikelen te selecteren? 😉

Voor wat betreft het zoeken via de MeSH. Ik denk dat weinig ‘zoekers’ louter en alleen op MeSH zoeken. Wij gebruiken ook tekstwoorden. In hoeverre er gebruik van gemaakt wordt hangt erg van het doel en de tijd af. Je moet steeds afwegen wat de voor- en de nadelen zijn. Door geen MeSH te gebruiken, maak je ook geen gebruik van de synoniemen functie en de mogelijkheid tot exploderen (nauwere termen meenemen). Probeer maar eens in een zoekactie alle synoniemen voor kanker te vinden: cancer, cancers , tumor, tumour(s), neoplasm(s), malignancy (-ies), maar daarnaast ook alle verschilende kankers: adenocarcinoma, lymphoma, Hodgkin’s disease, etc. Met de MeSH “Neoplasms” vind je in een keer alle spellingswijzen, synoniemen en alle soorten kanker te vinden.

Maar in ieder geval heeft Geert ons geconfronteerd met een heel andere zienswijze en ons een spiegel voorgehouden. Het is soms goed om even wakkergeschud te worden en na te denken over je eigen (soms te ?) routinematige aanpak. Geert ging niet de uitdaging uit de weg om de 2 zoekmethodes met elkaar te willen vergelijken. Dus wie weet wat hier nog uit voortvloeit. Zouden we tot een consensus kunnen komen?

De volgende praatjes waren weliswaar minder provocerend, maar toch zeker de moeite waard.

De web 2.0-goeroe Wouter Gerritsma (WoWter) praatte ons bij over web 2.0, zorg 2.0 en (medische) bibliotheek 2.0. Zeer toepasselijk met zeer moderne middelen: een powerpointpresentatie via slideshare te bewonderen en met een WIKI, van waaruit hij steeds enkele links aanklikte. Helaas was de internetverbinding af en toe niet zo 2.0, zodat bijvoorbeeld deze beeldende YOU TUBE-uitleg Web 2.0 … The machine is us/ing us niet afgespeeld kon worden. Maar handig van zo’n wiki is natuurlijk dat je het alsnog kunt opzoeken en afspelen. In de presentatie kwamen wat practische voorbeelden aan de orde (bibliotheek, zorg, artsen) en werd ingegaan op de verschillende tools van web 2.0: RSS, blogs, gepersonaliseerde pagina’s, tagging en wiki’s. Ik was wel even apetrots dat mijn blog alsmede dat van de bibliotheker even als voorbeeld getoond werden van beginnende (medische bieb) SPOETNIKbloggers. De spoetnikcursus en 23 dingen werden sowieso gepromoot om te volgen als beginner. Voor wie meer wil weten, kijk nog eens naar de wiki: het biedt een mooi overzicht.

Als laatsten hielden Tanja van Bon en Sjors Clemens een duo-presentatie over e-learning. Als originele start begonnen ze met vragen te stellen in plaats van ermee te eindigen. Daarna gaven ze een leuke introductie over e-learning en lieten ze zien hoe ze dit in hun ziekenhuis implementeerden.

Tussen en na de lezingen was er ruim tijd om met elkaar van gedachten te wisselen, aan het slot zelfs onder genot van een borrel voor wie niet de BOB was. Zeker een heel geslaagde dag. Hier ga ik vaker naar toe!

**************************************************************************************************

met de W: ik zie dat de bibliotheker inmiddels ook een stukje heeft geschreven over de lezing van Geert van der Heiden. Misschien ook leuk om dit te lezen.

N.B. VOOR WIE DE HELE PRESENTATIE VAN GEERT WIL ZIEN, DEZE IS MET ZIJN TOESTEMMING GEZET OP

http://www.slideshare.net/llkool/bmi-18-april-2008-geert-van-der-heijden/