De Ivoren Toren van Thomése

28 10 2009

By way of exception I write a Dutch blog post to respond to an article in a Dutch Newspaper ridiculing speakers, writers, chatting and twittering people in a long-winded (3 pages) pompous, “literary” way, saying that they are terrorizing dictators. Although the writer, Thomése, might be right in some respects (all people  want to express their opinion, want to be heard, but nobody listens), his critique just hits the topic superficially. By doing so, the article adds to the already existing misunderstandings regarding social media. I finish my review by expressing the wish that Thomése mastered the art of Tweeting: be social, clear and comprehensive in 140 characters.

AMSTERDAM

Image by PjotrP via Flickr

nl vlag NL flagBij uitzondering een Nederlands stukje op dit blog. Ik schrijf meestal alleen over medische-wetenschappelijke zaken -in het Engels-, maar in dit geval kon ik het niet laten. Ik kreeg namelijk een aanval van acute, persisterende jeuk toen ik het stuk van Thomése in Het NRC Handelsblad van afgelopen weekend las. Een blog bericht van Jeroen Mirck (“P.F. Thomése is een kleine dictator”) kon mijn jeuk slechts enigzins verlichten.

Het stuk van Thomése in de Opinie & Debat bijlage, heeft als kop: Sprekers, schrijvers, bellers, sms’ers, chatteraars, twitteraars: allemaal kleine dictators. Eerst vallen je ogen op chatteraars en twitteraars (oh het is weer zo’n trendy anti-Twitter story op zijn Volkskrants [1]), maar dan zie je ‘sprekers, schrijvers en bellers’ staan en je vraagt je af: “wie blijft er over”?

Het vervelende van dit stuk is dat het dermate ‘literair’ (en quasi-intelligent [1]) is dat je eerst twee-en-een-halve krantenpagina door proza heen moet worstelen voordat er uberhaupt iets over deze groep “Sprekers, schrijvers, bellers, sms’ers, chatteraars, twitteraars” gezegd wordt.

Thomése wijdt ettelijke kolommen aan de introductie, een klassiek verhaal van Sartre (Erostrate uit le Mur), wat kennelijk nodig is om later zijn “kritiek in beeldspraak” te vervatten. Dit -op zich prachtige verhaal [2]- komt erop neer dat de hoofdpersoon, Paul Hilbert, gewoon is van bovenaf (de zesde etage) “neer te kijken” op mensen als waren het mieren. Hierdoor abstraheert hij mensen, ze ontmenselijken. In gedachten doodt hij willekeurige mensen -ja iedereen zou wel eens bepaalde mensen neer willen knallen, inclusief Thomése-. Wanneer Hilbert dit daadwerkelijk doet daalt hij (ook letterlijk) af naar een lager niveau en verliest hij daarbij zijn uitzonderingpositie. Hij wordt mier onder de mieren en wordt vanwege zijn daad opgejaagd tot aan het nederige toilet.

Thomése ziet in elke hedendaagse multimediale burger een Paul Hilbert, die met een killersblik op zijn eigen zesde verdieping “de gebeurtenissen op de voet volgt, zappend en surfend, alles en iedereen verwijderend uit zijn bewustzijn.”

“Er zijn te veel sprekers, te veel schrijvers, te veel bellers, sms’ers, chatters, twitteraars, allemaal kleine dictators, en allemaal willen ze laten weten – wat eigenlijk? Dat ze bestaan, om te beginnen. Hallo met mij even en dan komt het. Te veel mensen laten ongevraagd weten wat ze doen, wat ze willen en zullen (….) Maar waar zijn de lezers, de kijkers, de luisteraars? Wie moet dat allemaal aanhoren, aanschouwen, ondergaan? Zonder luisteraars kan er ook geen onderscheid meer worden gemaakt, is alles even belangrijk geworden. Er is niemand die nog tegenspreekt.”

De voorbeelden die Thomése geeft lijken vooral quotes uit discussielijsten of tweets. Het is een lukrake verzameling van uitspraken als:

“Ik mag hem wel die Scheringa”.
“Ik vind het een glibber”
Einde discussie.

Nietzeggend, inderdaad. Maar om dit nou een terroristisch-dictatoriale uitspraak te noemen die -in het openbaar gangbaar is geworden… pfff.

Een mening over iets hebben en in het openbaar ventileren is iets van alle tijden. De kruidenier van weleer ventileerde ook ongevraagd zijn mening over de heren politici, de economie of anders wel het weer. En iedere klant had ook weer zijn mening. Dat veel mensen niet de kunst verstaan te luisteren is ook niet uniek voor deze tijd.

Aan de andere kant zijn tijden zijn inderdaad veranderd: het is jachtiger, vluchtiger, consumptiever en platter geworden. Maar dat komt niet persé dóór het gebruik van multimedia.

De vergelijking van het multimediale plebs met de terroristische dictator die van 6 hoog alles oplegt loopt eigenlijk mank. Dictator ben je alleen als je mensen tot luisteren kunt dwingen en als anderen daar dus niet aan kunnen ontkomen. Luidruchtige mobiele gesprekken in de tram en stalkende schrijvers zijn uitzonderingen die deze regel bevestigen. Al zijn bellen en praten toch tamelijk pre-21ste eeuw.

Reacties op krantenartikelen, berichten, lijsten en blogs zijn wellicht vaak ontzettend eenzijdig en van een hoog wat-ben-ik-toch-origineel-en-leuk gehalte, maar het mooie is dat je het niet hoeft te lezen. Als multimediale burger (zender en ontvanger) ben je geheel vrij hierin.

En dat geldt zeker voor een nieuwe tool als Twitter. Zoals ik in een recente workshop aangaf: “Twitter is wat je er zelf van maakt.”

Doorzoek je Twitter real life op “Scheringa” of “H1N1” dan zie je een woud aan allemaal losstaande meningen en uitspraken, meestal erg flauw of gewoon onzin. Ik doorzoek Twitter vrijwel nooit op te algemene termen en zeker niet op “trending topics”.

Veel mensen komen, net als Thomese niet verder dan deze verrekijker-visie op Twitter. Sommigen dalen even af, twitteren wat en zijn dan enorm teleurgesteld: niemand reageert. Wat ze niet begrijpen is dat Twitter een SOCIAAL MEDIUM is. Je moet een netwerk opbouwen van twitteraars die jij  interessant vindt en je moet zelf ook interessant genoeg zijn voor anderen om je te volgen. Althans als je zelf ook gehoord wilt worden.

Twitter kent nauwelijks hierarchie, er zijn geen dictators, dat werkt niet. Om beurten is iedereen schrijver en iedereen publiek, maar zo dat er een wisselwerking is. Ideaal gesproken, niet iedereen verstaat die kunst. [3]

Degene die ik volg zijn mijn menselijk filter voor ruis. Twittert iemand van de mensen die ik volg over ‘Scheringa’ of ‘H1N1’, dan is dat in de meeste gevallen waar, interessant of grappig.

Ik ontken niet dat er niet-luisterende leuteraars zijn. De kunst is om mensen te vinden die je wel boeien. Op dezelfde wijze als dat je vrienden maakt: het moet klikken. Het is allemaal eigen keus, zeker in de nieuwe (sociale) media.

Wat ik mis in Thomése’s stuk is de nuance, het is typisch de blik van iemand op de Eiffeltoren die naar beneden kijkt en enkel mieren ontwaart. Van bovenaf lijkt dat een hopeloos gewirwar en is iedereen eender.

In zijn stuk haalt Thomése Herostratus aan, de provocateur uit de klassieke oudheid die dacht: “ik kan misschien geen tempel bouwen, maar ik kan er wel een in brand steken”. Ik kan niet nalaten een vergelijking te trekken met Thomése, die wel in een ivoren toren woont en uitkijkt over de massa, die sociale media als Twitter niet doorgondt noch beheerst, maar het wel weet af te branden. Helaas verstaat hij niet de kunst dat op zijn Twitters te doen. In 140 leestekens….

  1. Bron: http://www.jeroenmirck.nl/2009/10/pf-thomese-is-een-kleine-dictator/
  2. Begin jaren 70 behoorden Simone de Beauvoir en Sartre tot mijn favoriete schrijvers.
  3. Het is voor mij mogelijk wel wat makkelijker omdat mijn aanwezigheid op Twitter vooral werkgerelateerd is.
Reblog this post [with Zemanta]




“Ask a Librarian” a new series in the JAAPA.

22 03 2009

The Journal of the American Academy of Physician Assistants (JAAPA) features a new online column : “Ask a Librarian”. Or as JAAPA states it: the inaugural installment of JAAPA’s first online only department. This column is a co-authored by Jim Anderson, Physician Assistant, and Susan Klawansky, Librarian. It aims to promote collaboration of PA’s and other clinicians with medical librarians, address questions from physician assistants and point to resources, including nnlm.gov.

This is a very good initiative, an example that deserves to be followed by other publishers.

The first questions answered were:

  1. Can you explain what a MeSH Heading is? I always hear that term, but I don’t understand what it means. Is it something I need to know to do a good search?
  2. I need to find an article about an exotic genetic condition of one of my patients. I work in a hospital in a rural and remote area in Montana, and while I have access to the Internet, I don’t have access to a library or a librarian. How can I get help online finding an article, and when I find a reference, how can I get the full-text?

Relevant questions, but the answers are rather superficial and short on the one hand (one paragraph long), but too long-winded at the other hand.

For instance, the second question begins as follows:

Are you in luck! Thanks to the Web, medical librarians are everywhere, floating around in the ether, just waiting for questions like this. As a matter of fact, if you look really quick right now, you might see one sitting there up on your shoulder! But seriously, if you have the Internet, you have a librarian…

to simply tell, one can contact nnlm.gov. for this question (web or telephone)…

This information could be much more to the point. On the other hand I wonder, is there no valuable information in (for instance) the OMIM database that the PA/clinician could get for free?

Again, it is a good initiative and I hope JAAPA will succeed in making this a successful column.

HATTIP : pat_devine (twitter)